Zaterdag trok de jaarlijkse stoet opnieuw door het centrum, georganiseerd door de Brugse carnavalsraad. Prinses Tina en haar roosje Lin leidden de optocht. Dit jaar reden 31 praalwagens (karren) mee en stapten ruim 1400 figuranten mee.
De Brugse stoet heeft een eigen gezicht, ook omdat hij door de Brugse binnenstad loopt. Die binnenstad is in haar geheel erkend als UNESCO Werelderfgoed. Het Brugse carnaval staat zelf (nog) niet op de officiële UNESCO-lijst van immaterieel cultureel erfgoed, maar de traditie is volgens de organisatoren sterk verankerd in de stad en nauw verbonden met erkend erfgoed.
Een stoet met een lange voorgeschiedenis
Van verboden naar herstart
Carnaval in Brugge kende een grillige geschiedenis. Tijdens de Franse bezetting (1795–1815) werd carnaval verboden. Na de Belgische Revolutie van 1830 volgde opnieuw een verbod: van 1830 tot 1833 mochten er door de oorlog met Nederland geen carnavalsvieringen plaatsvinden. De impact was zelfs zichtbaar in de handel: de Gazette van Brugge van 4 mei 1831 berichtte over een openbare verkoop van 200 à 220 carnavalskostuums, waaronder Chevaliers, Domino’s, Pierrots en militaire uniformen.
Daarna hernam carnaval traag. Het eerste gedocumenteerde carnavalsbal na die periode verscheen in de Gazette van Brugge van 27 februari 1835, toen de uitbater van de Halve Maen een bal organiseerde over meerdere weekenden. Tegen het einde van de 19e eeuw legde de gemeenteraad strengere regels op om de viering af te remmen. In 1899 schafte het stadsbestuur carnaval op de eerste vastenzondag af, wat schade toebracht aan de lokale handel.
Twisten, protest en een sociale kant
In de 19e en vroege 20e eeuw was carnaval ook een spiegel van maatschappelijke discussies. Katholieken, socialisten en liberalen botsten over zedelijkheid en openbare orde. Er werd zelfs een socialistisch feest georganiseerd “ter gelegenheid van én als protest tegen carnaval”, met toneel, zang en tombola. In 1904 was er ook de liefdadige kant via de Carnavalstoet van Weldadigheid.
Decennia stil, dan een nieuwe start
Na de Eerste Wereldoorlog werd carnaval in Brugge opnieuw verboden en bleef het jarenlang stil. De ommekeer kwam in 1956, toen het stadsbestuur het verbod ophief. Eduard Trips (Laken, 8 november 1921 – Brugge, 2 juli 1997), leraar klassieke filologie en volkskundige met Limburgse carnavalsroots, nam het initiatief om carnaval opnieuw te laten groeien. Hij zette onder meer de Raad van Elf op, de verkiezing van Prins Carnaval en Roosje van Brugge, en in 1960 de eerste carnavalsgroep de Totetrekkersgarde. Ook een jaarlijks Redoutebal en een officiële carnavalstoet kregen vorm. Na zijn overlijden schonk de familie zijn verzameling kostuums, ordekentekens en archieven aan het Brugse Volkskundemuseum.
Vandaag: groei, maar ook grenzen
Het Brugse carnaval kreeg intussen ook een Venetiaanse toets, geïnspireerd door de bijnaam “het Venetië van het Noorden”, met rijk versierde kostuums en verfijnde maskers. De stoet groeide recentelijk verder dankzij deelname van groepen vooral uit Knokke-Heist. Maar ook uit de andere deelgemeenten van onze stad. In Zwankendamme is bovendien een van de grootste carnavalsverenigingen uit de regio actief.
Voorzitter Francis Degroote wijst op het groeipotentieel, maar ook op de limieten van het budget.
“Het samenspel tussen de moderne stoet en de middeleeuwse architectuur geeft het evenement een bijzondere culturele waarde. We blijven echter jaar na jaar groeien maar de financiële tegemoetkoming van Stad Brugge groeit
Voorzitter Francis Degroote
niet mee We hebben dit jaar zelfs 10 aanvragen moeten weigeren omwille van budgettaire redenen !! er is
duidelijk nog groei potentieel Ik doe nogmaals een warme oproep een het stadsbestuur om dit cultureel erfgoed (nog) meer financieel te ondersteunen , de logistieke samenwerking verloopt anderzijds wel zeer positief.”
Oliespoor zorgde tijdelijk voor hinder
De stoet vertrok om 15 uur aan het Bargeplein en trok via onder meer de Katelijnestraat, langs het Dijver en rond de Markt, om te eindigen op ’t Zand. Tijdens de doortocht zorgde een oliespoor van een carnavalwagen voor hinder: de verbinding Zuidzandtraat–Steenstraat was een tijdlang niet bereikbaar. Een firma kwam het goedje opruimen.





