Het opruimen van zwerfvuil blijft in Brugge een hardnekkig probleem. Niet alleen omdat het vuil overal opduikt, maar ook omdat de discussie al snel verder gaat dan opruimen alleen: hoeveel druk zet je met boetes, wat doe je met werkstraffen, en wat kan er juridisch eigenlijk wel?
Zwerfvuil in Brugge: de discussie over boetes en werkstraffen
Wat het de stad elke dag kost
Volgens de toelichting in de gemeenteraad vraagt het opruimen van zwerfvuil een constante inzet van de stadsdiensten. Het gaat over klein afval zoals lege blikjes en peuken, maar evengoed over grotere rommel. Dat ligt niet alleen langs wegen, maar ook in parken, waterwegen en grachten.
Schepen De Mond benadrukte dat medewerkers voortdurend vuil oprapen om te vermijden dat Brugge verandert in één grote “zwerfbak”. Het punt dat daarbij terugkomt: dit werk kost “handen vol geld” en blijft zich herhalen.
Oppositieraadslid Pol Van Den Driessche (N-VA) sluit daarbij aan: “Wij keuren dit punt goed omdat we het belangrijk vinden dat onze stad mooi blijft en een propere aanblik biedt. Zeker ook langs de gewestwegen, dat zijn de belangrijkste toegangswegen.”
De roep om strengere sancties
In de raad klinkt tegelijk frustratie over een groep mensen die zich volgens raadsleden weinig aantrekt van regels of campagnes. In de woorden van Van Den Driessche: “Alleen is er een hardleerse groep onverlaten die zich daar geen hol van aantrekt en lustig overal troep laten rondslingeren.”
Daarom pleiten sommigen voor een harder signaal. Twee pistes keren terug:
- Dikkere boetes voor wie blijft vervuilen.
- Werkstraffen of mee opruimen als alternatief, met het idee: wie de stad vuil maakt, helpt ze ook weer proper maken.
Van Den Driessche verwoordt dat als volgt: “Daarom moeten voor hen de regel gelden: wie niet horen wil, moet voelen. Preventie is goed en ok, maar repressie is soms zeer nodig.” En: “Daarom herhalen wij onze oproep om personen die blijven doorgaan met sluikstorten wel degelijk een effectieve werkstraf op te leggen. Laat hen, vrijwillig of verplicht, helpen onze stad proper te houden. Dat is nu ook wettelijk mogelijk.”
Waarom “verplicht opruimen” in de praktijk blijft wringen
Tegelijk botst de roep om werkstraffen op juridische grenzen. In het kader van GAS-bemiddeling wordt een aanbod tot gemeenschapsdienst gedaan, maar dat wordt vaak niet aanvaard.
De cijfers uit de aangehaalde bronnen tonen dat scherp voor 2025:
- 255 dossiers rond sluikstorten waarbij bemiddeling werd aangeboden.
- 13 personen voerden effectief gemeenschapsdienst uit.
- “Het overgrote deel” kiest ervoor de boete te betalen in plaats van mee de handen uit de mouwen te steken.
De kern van het probleem: zowel een werkstraf via de rechter als gemeenschapsdienst binnen GAS vereist instemming. Zoals het in de tekst staat: men kan iemand niet zomaar dwingen tot arbeid zonder akkoord. Dat maakt het moeilijk om van “laat hen opruimen” een echt verplichte sanctie te maken.
Van Den Driessche verwijst ook naar eerdere informatie: “Uit de jongste informatie die ik van de Coördinatiedienst ontving – in november 2024 – leer ik dat er in Brugge vele tientallen keren in het kader van GAS-bemiddeling/gemeenschapsdienst een aanbod werd gedaan tot bemiddeling. Maar ik las toen ook dat dit aanbod in veel gevallen werd afgewezen.” En hij citeert wat de stadsdienst daarbij stelde: “er nooit sprake is van een verplichte gemeenschapsdienst”.
Wat nu op tafel ligt
Het stadsbestuur blijft inzetten op een propere aanblik van de stad, met aandacht voor zowel gewestwegen als lokale straten. Tegelijk blijft de vraag naar een strengere koers in de raad hangen. Van Den Driessche noemt de huidige aanpak “fluwelen” en stelt het scherp: “Wij waren en zijn het met deze fluwelen aanpak niet eens. Om het met een West-Vlaamse woord te zeggen: Kieszakken moeten meehelpen de vuiligheid op te kuisen.”
Hij legt twee concrete vragen op tafel: “Is het stadsbestuur bereid de aanpak te verharden? En hoeveel werkstraffen werden in 2025 aan hoeveel personen opgelegd in de strijd tegen zwerfvuil?”





