Van zak naar bak: vanaf 1 maart betaalt iedereen in Blankenberge voor de afvalophaling door IVBO volgens het DifTar-principe. Wie goed sorteert, betaalt minder.
Blankenberge schakelt over naar DifTar en maakt sorteren zichtbaar in eigen gebouwen
Beslissing en timing
Het stadsbestuur van Blankenberge zegt dat het “zijn verantwoordelijkheid” neemt. Vanaf 1 maart verandert de afvalinzameling voor inwoners: de ophaling door IVBO gebeurt voortaan volgens DifTar. Dat betekent dat mensen die beter sorteren, minder betalen.
Tegelijk past het lokaal bestuur ook intern de werking aan. In de stadsgebouwen verdwijnt het kleine vuilbakje aan elk bureau. In de plaats komen er centrale afvaleilanden: vaste sorteerpunten in elk gebouw, bedoeld om sorteren makkelijker en duidelijker te maken.
Zo werken de afvaleilanden in de stadsgebouwen
Elk afvaleiland bestaat uit vier aparte bakken:
- PMD
- compost
- kippeneten
- restafval
Volgens de stad moet dat het sorteren “makkelijk, duidelijk en zichtbaar” maken voor iedereen die in de gebouwen werkt of er over de vloer komt. Met die aanpak volgt het lokaal bestuur het materialenplan van OVAM (Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij). Het doel dat daarbij wordt genoemd: minder restafval produceren en meer recycleren.
Opvallend: de afvaleilanden zijn gemaakt door werknemers van de stedelijke diensten. Zij recupereerden daarvoor infopanelen uit het straatbeeld die niet langer actueel zijn. Dezelfde diensten zullen de bakken ook elke werkdag leegmaken, zodat alles netjes en hygiënisch blijft.
Nieuw: stadskippen krijgen eetbare restjes
Op de site van de technische dienst komt daarnaast een kippenren met 15 kippen. Alles wat in de afvaleilanden belandt en wat kippen mogen eten, gaat voortaan naar de stadskippen. Zo krijgen eetbare restjes “letterlijk een tweede leven”.
Schepen van Afvalbeleid, Sandy Buysschaert: “Het is een grote uitdaging om ons restafvalcijfer per inwoner naar beneden te krijgen en we vragen met de aangepaste afvalinzameling een inspanning van onze inwoners. Het is dan ook niet meer dan logisch dat het lokaal bestuur en het personeel ook via de interne werking het voorbeeld geven.”




