Toekomstige concessies in Blankenberge kwamen dinsdagavond uitgebreid aan bod in de gemeenteraad, na een tussenkomst van raadslid Didier Teppa (Vlaams Belang). Teppa vroeg dat het stadsbestuur bij nieuwe dossiers strenger zou inzetten op duidelijke afspraken, zeker wanneer een uitbater stopt of wanneer een samenwerking abrupt wijzigt.
Debat over concessies: burgemeester zet de lijnen scherp
Teppa zei dat het stadsbestuur het voorbije jaar volgens hem meermaals in de problemen kwam bij dossiers die hij onder “concessies” schaart. Hij verwees daarbij naar de Parking Jachthaven, de strandbars, de avondmarkten en de samenwerking met Sport Vlaanderen. In zijn lezing reageerde de Stad te laat, pas wanneer de moeilijkheden al zichtbaar waren. Hij haalde ook aan dat er bij sommige dossiers onzekerheid ontstond bij inwoners en dat de communicatie volgens hem te vaak achterop hinkte.
Wat Teppa wil veranderen bij toekomstige dossiers
Teppa vroeg dat de Stad in toekomstige concessies explicietere clausules opneemt. In zijn voorstellen ligt de eindverantwoordelijkheid duidelijk bij de concessiehouder. Hij wil onder meer dat uitbaters contractueel verplicht worden om op tijd te communiceren bij stopzetting, en om lopende afspraken correct af te handelen, zoals abonnementen. Ook een vaste overgangsregeling bij het einde of de hernieuwing van een concessie hoort volgens hem standaard in elk dossier thuis.
Reactie van de burgemeester: “gooi niet alles samen”
Burgemeester Björn Prasse (Team Blankenberge) zette zijn reactie centraal rond één punt: niet elk voorbeeld dat Teppa aanhaalde, is volgens hem een concessie van de Stad of een dossier waar het stadsbestuur de touwtjes in handen heeft.
Over Sport Vlaanderen stelde Prasse dat het niet om een concessie gaat, maar om een erfpachtovereenkomst tussen de Vlaamse overheid/Sport Vlaanderen en de Stad. Die overeenkomst zou nog vele jaren lopen, maar de Vlaamse overheid besliste eenzijdig om ze stop te zetten. Prasse benadrukte dat de gevolgen van zo’n stopzetting destijds degelijk werden ingebouwd in de overeenkomst die in 1970 werd afgesloten. Daardoor komen de grond en de opstallen terug naar de Stad, wat volgens hem toelaat om op korte termijn een nieuwe bestemming uit te werken, al noemde hij dat geen eenvoudige opdracht.
Ook bij de Parking Jachthaven legde Prasse de nadruk op wie bevoegd is. Volgens hem gaat het wel om een concessie, maar niet eentje waarbij de Stad betrokken is: de Vlaamse overheid zou daar concessieverlener zijn richting een private persoon. In dat geval ligt de communicatie naar klanten volgens hem in de eerste plaats bij de concessiehouder, of bij de Vlaamse overheid via een duidelijke mededeling over sluiting vanaf een voorziene datum. Prasse voegde toe dat er vandaag nog geparkeerd kan worden, terwijl dat strikt genomen niet zou mogen, en noemde dat een voorbeeld van een coulante aanpak.
Beslissing en timing
Schepen Benny Herpoel (N-VA) reageerde eerder al dat Teppa volgens hem verschillende dossiers samenlegt die niet dezelfde oorzaak hebben. Hij stelde dat de strandbars volgens hem geen probleem hadden met concessievoorwaarden, maar met prijsafspraken tussen private uitbaters. Over de avondmarkten zei Herpoel dat de concessie nietig werd verklaard door de Raad van State, en dat de Stad haar procedure juridisch strikter moet organiseren.
Herpoel gaf ook concrete timing mee: het nieuwe lastenboek is gepubliceerd, kandidaten kunnen zich aanmelden en de gunning per opbod is voorzien op 12 maart. Volgens hem gaan de avondmarkten dit jaar door en liggen de data al vast. Burgemeester Prasse sloot daarbij aan met de boodschap dat er geen avondmarkten verloren gingen en dat noch de Stad, noch de concessiehouder een boete kreeg. Hij plaatste het juridische traject bovendien deels in de context van een procedure die volgens hem onder een vorig stadsbestuur opgestart werd.
Strengere aanpak in nieuwe concessies
Herpoel zei dat bij concessies die onder de huidige beleidsploeg zijn uitgeschreven, de regels rond stopzetting door een concessiehouder al verstrengd werden. In nieuwe dossiers zit volgens hem ook een jaarlijkse evaluatie, zodat de Stad sneller kan bijsturen. Hij verwees daarnaast naar clausules in lastenboeken over schadevergoeding en aansprakelijkheid, en naar verplichtingen rond tijdige communicatie en de afhandeling van lopende verbintenissen (zoals abonnementen) wanneer een uitbater stopt.
Prasse vatte zijn standpunt scherp samen: volgens hem is niet elke problematiek automatisch terug te voeren op het lokaal bestuur, en in de aangehaalde dossiers ziet hij geen verantwoordelijkheid die rechtstreeks bij het stadsbestuur ligt.




