De nieuwe tarieven voor het havengebied Zeebrugge brengen vanaf 1 januari 2026 hogere kosten maar ook meer duidelijkheid voor gebruikers van de haven.
CPI-indexatie en impact op dagelijkse havenactiviteiten
Rederijen die Zeebrugge aandoen, betalen vanaf 2026 gemiddeld 1,91% meer voor de meeste diensten door de toepassing van de consumptieprijsindex (CPI) van augustus 2025. Voor sleepdiensten stijgt de prijs zelfs met 2,09%. Dat lijkt beperkt, maar voor vaste lijnen en frequente aanlopen kan dat bedrag oplopen. Daardoor zullen logistieke spelers hun kostenstructuur opnieuw moeten afwegen, wat uiteindelijk ook voelbaar kan zijn bij logistieke dienstverleners, verladers en bedrijven die afhankelijk zijn van de havenstromen.
Enkele tarieven volgen de CPI net niét: onder meer afval zeevaart en watergebonden oliecalamiteiten blijven buiten de indexatie. Voor concessies in Brugge-Zeebrugge geldt dan weer wél een CPI-stijging van 1,91%.
Schepen die zowel Antwerpen als Zeebrugge aandoen, krijgen een stimulans: in 2026 komt er 10% korting op het tonnenmaatrecht voor dubbele aanlopen. Dat tarief groeit jaarlijks met 10 procentpunten tot 50% in 2030. De maatregel moet trafiek tussen beide platformen beter op elkaar afstemmen.
Wijzigingen in Zeebrugge: van tonnenmaatrecht tot drinkwatertarieven
In Zeebrugge verschuift het aandachtspunt naar meer uniformiteit en eenvoud. Het aanlegrecht wordt voortaan bepaald door het soort goederen in plaats van de locatie. Tarieven voor gedeeltelijke lading verdwijnen en maken plaats voor zeevaartlijnen. Ook het verschil tussen voorhaven en achterhaven bij het tonnenmaatrecht verdwijnt: de afrekening gebeurt op het niveau van de voorhaven.
De grote verschuivingen zitten in de behandeling van scheepstypes. Zo wordt bij automotive en roro de vroegere BT-deling door 2,5 afgeschaft. De werkelijke BT telt voortaan, al zakt het basistarief om dat gedeeltelijk te compenseren. Automotive krijgt een bijkomend voordeel: voor verblijven boven 3.000.000 BT volgt een extra korting van 10 procent per verblijf.
Containerschepen krijgen een gefaseerde overgang naar de werkelijke BT tegen 2028. In 2026 stijgt de drempel naar 175.000 BT, in 2027 naar 200.000 BT, en in 2028 valt de limiet weg.
Drinkwaterleveringen worden goedkoper: het tarief daalt van 8,25 naar 4,13 euro per m³. Die daling volgt de werkelijke aansluitkost op basis van de overeenkomst met Farys. Wel komt er een administratieve kost van 110 euro per factuur.
Afvaltarieven en verblijfsrecht: duidelijke stijgingen
Voor annex I-afval stijgt de tussenkomst van 25 naar 30 euro per m³. De afvalbijdrage blijft hetzelfde systeem volgen, maar wie aankomt vanuit Antwerpen krijgt in Zeebrugge een korting van 50%.
Het verblijfsrecht verandert eveneens. Verrekening gebeurt voortaan per schijf van 14 dagen, met vaste tarieven per type schip. Dat maakt de kosten voorspelbaarder, al kunnen langere verblijven daardoor duurder uitvallen.
Tot slot worden domeinvergunningen strenger geregeld. Wie minder dan vier weken op voorhand aanvraagt, betaalt een toeslag van 4.000 euro. Voor tijdelijke ingebruiknames zonder toestemming geldt voortaan één vast tarief: 23,73 euro per m² per jaar.




















