dinsdag 13 januari 2026

Meer vis in de Noordzee, maar zorgen blijven bij Vlaamse vissers

De Europese visserijraad in Brussel heeft een akkoord bereikt over de vangstquota voor 2026. Voor Vlaamse vissers brengt dat een gemengd beeld. In de Noordzee mogen ze volgend jaar meer tong, tarbot, roggen, wijting en zeebaars aanlanden. Tegelijk zijn er duidelijke dalingen voor kabeljauw, pladijs en tongschar. In de westelijke wateren, die voor de Vlaamse vloot van groot belang zijn, gaan vooral tong en pladijs achteruit.

Akkoord over quota voor 2026

Tijdens de visserijraad werd vastgelegd hoeveel Europese vissers in 2026 mogen opvissen. Dat gebeurt jaarlijks, na onderhandelingen met onder meer het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen over gedeelde visbestanden. Volgens Vlaams minister van Zeevisserij Hilde Crevits waren de gesprekken dit keer bijzonder moeilijk. Ze noemt 2026 nu al een uitdagend jaar voor de sector, niet alleen door dalende quota voor sommige soorten, maar ook door nieuwe Europese regels en maatregelen waarmee vissers rekening moeten houden.

Crevits vroeg daarom om voldoende overgangstijd, bijvoorbeeld voor aanpassingen aan visnetten die voortvloeien uit nieuwe regelgeving. Volgens haar is die ademruimte nodig om vissers niet extra onder druk te zetten.

Westelijke wateren onder druk

De westelijke wateren, tussen Frankrijk, Ierland en Groot-Brittannië, zijn een kerngebied voor de Vlaamse vloot. Vissers zijn er een groot deel van het jaar actief en brengen er onder meer inktvis, tong, schartong, roggen, rode poon, pladijs en zeeduivel aan. Toch zijn de vooruitzichten daar minder gunstig.

In het Bristolkanaal daalt het tongquotum met 14 procent. In de Ierse Zee is er wel een beperkte stijging van 3 procent voor tong. Voor pladijs zijn de dalingen groter: min 52 procent in het oostelijk deel van het Engels Kanaal en min 26 procent in de Ierse Zee. Voor veel reders wegen die cijfers zwaar, omdat net deze soorten belangrijk zijn voor de rendabiliteit van de vloot.

Noordzee biedt meer ruimte, maar niet zonder kanttekeningen

In de Noordzee stijgen verschillende quota. Tarbot gaat er met 36 procent omhoog, wijting met 45 procent en roggen met 24 procent. Daartegenover staan forse dalingen voor kabeljauw (min 44 procent), tongschar (min 25 procent) en pladijs (min 7 procent).

Opvallend is de nieuwe stijging voor tong. Na een toename van 169 procent vorig jaar, komt er nu nog eens 25 procent bij. Ook voor zeebaars is er goed nieuws: per vaartuig mag er meer gevangen worden, en recreatieve vissers mogen voortaan drie zeebaarzen per dag meenemen in plaats van twee.

Minister Crevits ziet voordelen in de grotere vangstmogelijkheden tot aan de Noorse wateren, maar wijst erop dat de Noordzee een uitgestrekt en complex visgebied is. Verschillende visgronden vragen verschillende netten, wat het voor vissers niet eenvoudig maakt om snel te schakelen.

Wetenschappelijke adviezen ter discussie

Voor de Vlaamse visserijsector is tong cruciaal. Die soort staat voor bijna de helft van de opbrengsten van de vloot. Net daarom baart de daling in de westelijke wateren zorgen. In de Noordzee daarentegen laat het wetenschappelijk advies een stijging van 25 procent toe, terwijl twee jaar geleden nog een daling van 60 procent werd opgelegd.

Ook bij tongschar in de Noordzee wringt het schoentje. Daar wordt al twee jaar op rij een daling beslist uit voorzorg, terwijl vissers aangeven dat de soort ruim aanwezig is. Minister Crevits dringt aan op een herberekening, met gebruik van meer recente gegevens.

Volgens haar ondermijnen grote schommelingen in wetenschappelijke adviezen de economische stabiliteit van de sector. Ze wil dat dit wordt aangepakt bij een toekomstige herziening van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid, omdat minder stabiliteit ook betekent dat investeringen in innovatie en verduurzaming onder druk komen te staan.

Die bezorgdheid leeft ook bij de reders. “Echt tevreden kan je het niet noemen,” zegt voorzitter van de Rederscentrale Geert De Groote bij Focus Tv. “We zitten al enkele jaren met verlagingen en hadden gehoopt op een verhoging. Sommige stijgingen in andere gebieden zijn weinig waard, omdat daar nu nauwelijks vis te vangen is.”

Wat leeft bij de buren?