Het gemeentebestuur van Knokke-Heist wil meer vrouwen overtuigen om deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. De deelname stijgt, maar blijft onder de vooropgestelde norm.
In Knokke-Heist liet vorig jaar 65,8 procent van de vrouwen tussen 25 en 64 jaar een preventief uitstrijkje nemen. Dat is een lichte vooruitgang tegenover 2023, maar het blijft onder het West-Vlaamse en Vlaamse gemiddelde. Daarom roept het gemeentebestuur vrouwen opnieuw op om mee te doen aan het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker.
Deelname stijgt, maar niet genoeg
De cijfers gaan de goede kant op. Toch laat nog altijd 34,2 procent van de vrouwen in de doelgroep geen preventief onderzoek uitvoeren. Dat is zorgwekkend, zegt het bestuur, omdat baarmoederhalskanker net goed te voorkomen is door tijdige opsporing. Daarom blijft de gemeente inzetten op sensibilisering en duidelijke informatie.
Streefdoel ligt hoger
Het Centrum voor Kankeropsporing legt de lat op een deelname van minstens 75 procent. Knokke-Heist zit daar voorlopig onder. Vooral bij vrouwen tussen 25 en 29 jaar en tussen 60 en 64 jaar ligt de deelname lager. Net die groepen wil de gemeente extra bereiken, omdat uitstel vaak leidt tot gemiste kansen op vroege opsporing.
Eenvoudig en grotendeels terugbetaald
Baarmoederhalskanker ontwikkelt zich traag en kan via een eenvoudig uitstrijkje vroeg ontdekt worden. Zo’n test om de drie jaar volstaat en wordt in principe volledig terugbetaald. Alleen de consultatie bij de arts is deels voor eigen rekening. Vrouwen die langer dan vier jaar geen uitstrijkje lieten nemen, krijgen automatisch een uitnodiging in de bus.
Zo kan je meedoen
Na ontvangst van de uitnodiging maak je zelf een afspraak bij je huisarts of gynaecoloog, op een moment dat je niet ongesteld bent. Ook zonder brief kan je op eigen initiatief deelnemen. Volgens het gemeentebestuur is de boodschap simpel: praten helpt. Met vriendinnen, dochters, zussen of moeders. Want hoe meer vrouwen meedoen, hoe groter de kans dat levens worden gered.
Meer informatie is te vinden via de officiële kanalen van het bevolkingsonderzoek of bij de huisarts.

















