zaterdag 7 februari 2026

Meer dan duizend exhibitionisme-feiten in negen maanden tijd

Slachtoffers van exhibitionisme voelen zich vaak bedreigd en onveilig. Die confrontaties gebeuren vaker dan menig burger vermoedt. Tussen januari en september 2024 registreerden de Belgische politiediensten al 1.030 nieuwe gevallen – omgerekend meer dan drie per dag. Sinds 2019 stapelden de cijfers op tot bijna 8.500 meldingen.

Brugs Cd&v-Kamerlid Franky Demon, die de cijfers opvroeg, slaat alarm. “Dit is geen randfenomeen meer,” zegt hij. De partij vraagt daarom meer aanwezigheid van politie in parken en aan bushaltes, en beter uitgeruste zorgteams die daders én slachtoffers kunnen begeleiden.

West-Vlaanderen telt meer dan honderd meldingen

De incidenten verspreiden zich over het hele land. Oost-Vlaanderen staat bovenaan met 165 feiten in 2024, gevolgd door Antwerpen met 163 en Brussel-Hoofdstad met 113. West-Vlaanderen ontsnapt niet aan de trend: daar werden dit jaar al 106 meldingen geregistreerd.

Op gemeentelijk niveau vallen bepaalde politiezones extra op. De zone Brugge noteerde sinds 2019 maar liefst 193 gevallen. Ook VLAS en Bredene/De Haan springen eruit in de statistieken. Demon wijst erop dat die situaties zich afspelen op plekken waar mensen rust zoeken: spelende kinderen in parken, forensen aan haltes, gezinnen op pleinen. “Het veroorzaakt angst en gevoelens van onveiligheid die niet te onderschatten zijn,” klinkt het.

Andere aanpak voor jongeren gewenst

Wie geconfronteerd wordt met een exhibitionist kan melding maken bij de politie. Daar krijgt het slachtoffer opvang volgens de standaardprocedure. Als dat nodig blijkt, schakelen agenten sociale hulpdiensten in. De Gemeenschappen bepalen die werkwijze, en die is voor minderjarigen en volwassenen identiek.

Demon vindt dat laatste problematisch. “Een minderjarige of een kind ervaart zo’n contact heel anders dan een volwassene en blijft met andere vragen zitten,” zegt hij. Hij pleit voor aangepaste begeleiding die rekening houdt met die verschillen.

Cd&v wil meer blauw op straat

De oplossing ligt volgens Demon vooral in zichtbare en nabije politie. Die moet volgens hem opnieuw tijd en middelen krijgen om actief aanwezig te zijn in publieke ruimtes. Cd&v vraagt daarom extra federale middelen voor lokale politiezones, zodat agenten proactief kunnen patrouilleren in parken, aan scholen en bushaltes.

“Veiligheid begint bij nabijheid,” motiveert Demon. “Zichtbare patrouilles voorkomen feiten, grijpen sneller in en herstellen vertrouwen in de straat.” De partij kijkt uit naar de aangekondigde hervorming van de financiering van lokale politiezones. “Cd&v wil dat de federale overheid investeert in de basis van het politiewerk, en daar is nabijheid een cruciaal onderdeel van,” besluit hij.

Forensische centra kampen met geldgebrek

Naast meer blauw op straat vraagt cd&v ook dringende investeringen in forensische zorg. Forensische psychiatrische centra krijgen vandaag te weinig middelen, terwijl de vraag naar gespecialiseerde hulp blijft groeien. Vorig jaar trok het Antwerps Universitair Forensisch Centrum, dat mensen met afwijkend seksueel gedrag behandelt, al openlijk aan de alarmbel. Het personeel sprak toen zelfs over een mogelijke patiëntenstop en het ontslag van psychologen door structurele onderfinanciering.

“Wie dergelijke situaties wil voorkomen, moet investeren in zorgtrajecten die werken. Die personen zijn vaak ziek en hebben in eerste instantie hulp nodig,” zegt Demon. Hij waarschuwt dat de samenleving en slachtoffers uiteindelijk de prijs betalen als centra die risicogedrag moeten afbouwen en terugval voorkomen zelf in crisis belanden.

Cd&v vraagt de minister van Volksgezondheid om dringend het personeel in de forensische zorg te versterken. Alleen door therapieën bereikbaar te houden, wachtlijsten weg te werken en teams stabiel te maken kan men recidive voorkomen, luidt de boodschap.

Wat leeft bij de buren?