In Brugge vraagt de directeur van buitengewoon basisonderwijs De Kaproenen minister Zuhal Demir om haar open brief aandachtig te lezen en het gesprek aan te gaan. Met die oproep wil ze duidelijk maken wat er volgens haar op het spel staat voor leerlingen, ouders en teams in het buitengewoon onderwijs. De brief werd al 785 keer gedeeld op Facebook, wat toont hoe sterk het onderwerp leeft. De focus keyphrase directeur buitengewoon onderwijs gesprek loopt als een rode draad door haar boodschap.
“Lees onze realiteit, niet alleen de beleidsnota”
De directeur, Melissa, reageert op recente uitspraken van de minister over de invoering van campusscholen. In haar verklaring stelt ze dat het voorstel te weinig rekening houdt met de dagelijkse praktijk in scholen die met complexe hulpvragen werken. Ze zegt dat ze geen debat vanop afstand wil voeren, maar wil dat beleid vertrekt vanuit wat leerlingen en teams elke dag ervaren.
Volgens haar is de druk in reguliere scholen nu al groot. Daarom vraagt ze om de opgebouwde expertise van het buitengewoon onderwijs niet te onderschatten. Ze wijst op de therapeuten, leerkrachten en begeleiders die zich specialiseren in autisme, gedrags- en emotionele kwetsbaarheden en andere complexe noden. “Die kennis is geen luxe,” zegt ze, “maar essentieel voor kinderen die anders uit de boot vallen.”
Uitnodiging aan de minister: “Kom kijken wat hier elke dag gebeurt”
Melissa nodigt minister Demir uit om langs te komen op de school in Brugge. Ze wil tonen hoe leerlingen leren, hoe therapieën verlopen en wat onderwijs op maat betekent in de praktijk. Dat doet ze, benadrukt ze, niet vanuit weerstand tegen verandering, maar vanuit zorg voor de draagkracht van het onderwijs en de kinderen die ondersteuning nodig hebben.
In haar brief schrijft ze dat sommige leerlingen uitgeblust aankomen na een lange zoektocht, vaak verergerd door het M-decreet. Ouders vertellen haar dan dat hun kind eindelijk op adem komt. Dat stemt haar hoopvol, maar maakt haar ook bezorgd over hoe deze gezinnen de beleidsplannen zullen ervaren.
Ze maakt duidelijk dat haar leerlingen niet functioneren in grote klassen en nood hebben aan prikkelarme ruimtes en begeleiding op maat. Daarom vraagt ze om voorzichtig om te gaan met algemene uitspraken dat “iedereen in het regulier onderwijs moet kunnen blijven”.
“Het is geen schande dat een kind in het buitengewoon onderwijs zit”
In haar open brief verzet Melissa zich ook tegen de suggestie dat buitengewoon onderwijs een laatste redmiddel zou zijn. Ze beschrijft het als een plek waar kinderen kunnen floreren, in hun eigen tempo en met begrip voor hun noden. Haar team noemt ze een groep experts die bewust voor deze doelgroep kiest en elke dag zoekt naar wat een leerling nodig heeft.
De brief sluit af met een warme uitnodiging. Ze vraagt de minister om één dag mee te lopen, zodat ze met eigen ogen ziet hoe het team werkt rond 190 leerlingen. “Kom luisteren, kijken en voelen wat hier gebeurt,” schrijft ze. Alleen zo, zegt ze, kan het gesprek over de toekomst van dit onderwijs écht ergens beginnen.














