Door de federale beperking van werkloosheidsuitkeringen in de tijd verloren op 1 januari de eerste 78 Bruggelingen hun inkomen. In de volgende fases dreigen nog eens 3.677 inwoners hetzelfde mee te maken. De federale overheid wil met de maatregel meer mensen sneller aan het werk krijgen. Tegelijk waarschuwt het Brugse gemeenteraadslid Karin Robert dat de financiële en sociale druk daardoor verschuift naar de stad.
Federale maatregel botst met lokale realiteit
De hervorming vertrekt vanuit de idee dat wie zijn uitkering verliest, makkelijker de stap naar werk zet. In en rond Brugge lijkt daar op het eerste gezicht ruimte voor: de arbeidsmarkt is er vandaag bijzonder krap.
In de ruime regio Brugge spreken grote jobplatformen samen over zowat 10.000 tot 15.000 openstaande vacatures, afhankelijk van hoe breed de regio wordt afgebakend en welk kanaal wordt bekeken. Werkgevers geven al langer aan dat functies moeilijk ingevuld raken.
Toch wijst Robert erop dat cijfers over vacatures niet automatisch betekenen dat iedereen die zijn uitkering verliest, snel opnieuw werk vindt. “Het gaat vaak om mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt,” klinkt het. Zij dreigen sneller bij het OCMW terecht te komen.
Vacatures genoeg, maar cijfers verschillen sterk
De omvang van de arbeidsmarkt rond Brugge hangt sterk af van de bron. De VDAB telt voor Brugge (postcode 8000) alleen al ongeveer 2.700 tot 2.800 openstaande vacatures in de meest recente cijfers. Platforms zoals Indeed komen aan veel hogere aantallen en spreken over meer dan 13.000 vacatures, omdat zij ook omliggende gemeenten, interimjobs en dubbele meldingen meenemen.
Brede cijfers tonen in elk geval dat Vlaanderen kampt met een hoge vacaturegraad, rond 4 à 5 procent. Dat bevestigt dat de arbeidsmarkt krap is, maar zegt weinig over hoe vlot specifieke groepen opnieuw aan werk raken.
Wat betekent dit voor de stad Brugge?
Wie zijn werkloosheidsuitkering verliest en geen job vindt, kan aankloppen bij het OCMW voor een leefloon. De federale overheid betaalt daarvan meestal 70 procent terug via een staatstoelage. De resterende 30 procent blijft ten laste van Stad Brugge.
Voor één alleenstaande leefloontrekker gaat het om een maandbedrag van 1.368,62 euro. Daarvan wordt 958,03 euro terugbetaald. De stad betaalt dus netto 410,59 euro per maand.
Als bij de verwachte volgende golf van 3.677 Bruggelingen ongeveer 1.000 mensen een leefloon als alleenstaande aanvragen, loopt de extra kost voor Brugge op tot ruim 410.000 euro per maand. Op jaarbasis komt dat neer op bijna 5 miljoen euro.
Extra druk op sociale dienstverlening
Naast de financiële impact dreigt ook extra druk op het Sociaal Huis. Eén maatschappelijk werker kan gemiddeld 60 tot 70 dossiers opvolgen. Bij 1.000 extra dossiers zijn volgens Robert minstens 15 bijkomende voltijdse maatschappelijk werkers nodig.
Daarbovenop komen aanvullende vormen van steun, zoals verwarmingstoelagen, medische tussenkomsten en participatiebonnen. Die kosten worden vaak volledig door de stad gedragen.
Robert vraagt het stadsbestuur duidelijkheid over de voorbereiding. Hoe wordt ingezet op begeleiding naar werk, en hoe wordt tegelijk voorkomen dat de sociale dienstverlening overspoeld raakt? Zonder antwoorden daarop dreigt een federale maatregel lokaal zwaar door te wegen.









