De Zweeds-Noorse scheepvaartgroep Wallenius Wilhelmsen blijft sterk presteren, maar ziet het wereldwijde evenwicht op zee verschuiven door de opmars van de Aziatische auto-export. Voor Vlaamse exporteurs en logistieke spelers is dat geen detail: hogere tarieven en onevenwichtige rotaties beïnvloeden capaciteit, prijzen en levertijden.
Stabiele winst, maar marges onder druk
In het derde kwartaal van 2025 haalde Wallenius Wilhelmsen een omzet van 1,33 miljard dollar (1,16 miljard euro). De nettowinst bedroeg 280 miljoen dollar (243 miljoen euro), iets meer dan in dezelfde periode vorig jaar maar fors lager dan het voorgaande kwartaal, toen een uitzonderlijke winst uit de verkoop van de terminal MIRRAT in Melbourne het resultaat opdreef.
De groep benadrukt dat de activiteiten robuust blijven en dat ze nieuwe klanten wist aan te trekken in alle segmenten. Toch verwacht ze een lager rendement in het vierde kwartaal, vooral door de verhoging van de Amerikaanse haventarieven. De heffing zou stijgen van 14 naar 46 dollar per netto ton, al is een uitstel van die maatregel met een jaar nog niet uitgesloten.
Voor logistieke bedrijven die werken met Amerikaanse havens betekent dat een aanzienlijke kostenstijging per verscheping. Vlaamse exporteurs van voertuigen of onderdelen moeten dus rekening houden met mogelijke vertragingen en prijsaanpassingen in hun keten.
China verschuift de machtsverhoudingen
De wereldwijde roromarkt — gespecialiseerd in het vervoer van auto’s en trucks — kende de voorbije maanden een opvallende verschuiving. Volgens cijfers uit het kwartaalrapport van Wallenius Wilhelmsen steeg het aantal verscheepte auto’s wereldwijd tot 12 miljoen in de eerste negen maanden van 2025.
Het zwaartepunt verschoof daarbij duidelijk naar Azië. Vooral China voerde fors meer voertuigen uit, met een stijging van 46% op jaarbasis. Japan en Zuid-Korea hielden hun volumes stabiel. Twee derde van de grootste trafieken kwam uit Azië: 2,97 miljoen wagens gingen naar Noord-Amerika en 1,78 miljoen naar Europa.
De Europese export daalde met 2%, die van Noord-Amerika zelfs met 8%. Daardoor raken de rotaties minder goed gevuld, wat de efficiëntie van de schepen aantast. Voor rederijen betekent dat hogere kosten per eenheid, en voor klanten minder voorspelbare tarieven.
Vloot groeit richting recordniveau
Om aan de stijgende vraag uit Azië te voldoen, breiden rederijen en autoconstructeurs hun vloot razendsnel uit. Het aantal pure car and truck carriers (PCTC’s) steeg op een jaar tijd van ongeveer 650 naar 794 schepen. Alleen al in het derde kwartaal kwamen er 22 nieuwe bij, terwijl er slechts één werd gesloopt.
Daarnaast staan 158 nieuwbouwschepen in bestelling, waarvan 13 nog dit jaar in de vaart komen. Dat betekent een capaciteitsgroei van ruim een kwart, tot bijna 5 miljoen car equivalent units (ceu). De uitbreiding zorgt voor extra druk op de markt, maar biedt tegelijk kansen voor Europese en Vlaamse havens die hun autotrafieken willen versterken of diversifiëren.
Voor Belgische spelers in autologistiek, scheepsagenturen en havenbeheer is het dus uitkijken naar de effecten van dit wereldwijde evenwicht: meer schepen op zee, maar niet noodzakelijk op de juiste routes.
Hebt u bijkomende informatie, foto’s of getuigenissen over de impact van de Aziatische export op Vlaamse havens of logistieke ketens? Laat het ons weten via de redactie.



















