Oversteekpogingen opnieuw vanop West-Vlaamse bodem: vorig jaar zijn er 27 transmigranten overleden tijdens pogingen om het Kanaal vanuit Noord-Frankrijk over te steken. Dat is 65 procent minder dan in 2024, toen er 78 slachtoffers vielen. Dat blijkt uit cijfers die provincieraadslid Kurt Himpe (N-VA) ontving van West-Vlaams gouverneur Carl Decaluwé.
Minder slachtoffers, maar de druk blijft zichtbaar
De daling is duidelijk in de cijfers: 27 overlijdens tegenover 78 een jaar eerder. Himpe verwijst daarbij expliciet naar de informatie die hij ontving van gouverneur Carl Decaluwé.
Volgens Himpe is ook de timing van de pogingen veranderd. Waar oversteekpogingen vroeger vaker piekten in bepaalde periodes, spreiden ze zich nu “over het hele jaar”. Er is volgens hem vooral onderbreking wanneer de Noordzee onbevaarbaar is.
Oversteekpogingen doorheen het jaar
Himpe zegt dat de pogingen tot oversteken enkel stilvallen bij omstandigheden die het op zee onmogelijk maken. “De oversteekpogingen spreiden zich intussen ook over het hele jaar en worden enkel onderbroken bij een onbevaarbare Noordzee. Dat was vorig jaar het geval tussen 15 november en 15 december”, aldus provincieraadslid Kurt Himpe.
Die periode tussen 15 november en 15 december wordt daarbij genoemd als het moment waarop de Noordzee onbevaarbaar was en de pogingen dus onderbroken werden.
Zorgen over veiligheid en verschuiving richting West-Vlaanderen
In dezelfde communicatie wijst de gouverneur, via Himpe, ook op de houding tegenover hulp- en politiediensten. Volgens de gouverneur worden de transmigranten in Noord-Frankrijk “steeds gewelddadiger tegenover de politiediensten en hulpdiensten” bij pogingen tot oversteken.
Himpe besluit dat de situatie nauwlettend gevolgd wordt, omdat er opnieuw signalen zijn dat pogingen tot oversteek ook weer vanuit West-Vlaanderen vertrekken. “De situatie in Noord-Frankrijk wordt met argusogen gevolgd, want de pogingen tot oversteek gebeuren nu ook opnieuw vanop West-Vlaamse bodem”, besluit Himpe.









